Algemeen


In Val-Meer werd deze taak, ook tijdens de overheersing, door een actief priester Godfried Bellefontaine ter harte genomen.
De wet van 25 oktober 1795 bepaalde de oprichting van minstens een lagere school per gemeente; deze verordening liep meestal op een sisser uit. Inmiddels had de municipale administratie op 5 januari 1798 een ontwerp voor oprichting van 4 lagere scholen in het kanton ingediend. Zoals te Bolder voor Zichen, Zussen, Bolder, Riemst en Val-Meer.
Op 6 april keurde de centrale administratie dit ontwerp goed.
Enkele dagen later stelde de municipaliteit kandidaat-onderwijzers voor; zoals Jozef Savenay, adjunct van Val-Meer, voor Bolder. Hij meldde zich echter niet bij de jury.
De burgerlijke stand.
Voortaan moesten de agenten de geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten optekenen in plaats van de pastoors. De burgerlijke stand werd op 17 juni 1796 in de geannexeerde departementen ingevoerd. Op 19 juli 1796 werden alle pastoors van het kanton samengeroepen te Bolder. Ze werden verzocht de parochieregisters in te leveren.
Slechts enkele gaven hieraan gevolg waaronder de pastoors van Millen en van Val-Meer. De meeste agenten waren niet in staat deze registers bij te houden. Pas op 21 februari 1799 ging men over tot de benoeming van ambtenaren. Zo werd Pierre Nelissen, ambtenaar voor Val-Meer, Millen, Genoelselderen en Zichen-Zussen-Bolder. Later moesten de agenten weer zelf deze klus klaren daar de ambtenaar niet voldoende bezoldiging kreeg.

Bevolking van Vol-Meer

1796 640 inwoners 140 huizen
1798 596
1800 644
1805 714
1806 703
1809 716
1820 734

Slechts de telling van 1806 wordt als betrouwbaar beschouwd.
n Vlaams Haspengouw behoorde ongeveer een derde van de bevolking tot de landbouwersstand. Volgens een telling van 1762 waren er in Val-Meer 35 bedrijven op de 94 families.
Ten gevolge van de dichte bevolking waren de bedrijven zeer klein: 1 à 5 bunders. Het gemiddelde landbouwbedrijf beschikte over 4 paarden, twee karren, 7 à 8 runderen en een 50-tal schapen.
Voor wat de teelten betreft namen rogge en haver de voornaamste plaats in. Het roggebrood was het voornaamste voedsel.
Voor bemesting gebruikte men stalmest, ook stadsafval van Maastricht, mergel en potas. Tengevolge van een decreet van Napoleon werden omstreeks 1811, de eerste bieten als nijverheidsplanten verbouwd. Voor het kanton Maastricht-Zuid, waartoe Val-Meer toen behoorde, zouden 24 ha verplant worden. Deze teelt viel niet in de smaak van de boeren omdat men wantrouwig was, en er een tekort aan zaad en fabrieken was. Er was in ons kanton praktisch geen nijverheid. Alleen in de Waalse dorpen leefde een belangrijk deel van de bevolking van de strovlechterij die daar reeds sedert de 15e eeuw bloeide. Op het einde van de 18e eeuw kende deze tak, vooral onder impuls van pastoor Ramoux uit Glaaien, een grote ontwikkeling. Ook vele families uit Val-Meer leefden van de strovlechterij. Getuigen van deze welvarende nijverheid zijn nog de statige herenhuizen die wij in de Jekervallei aantreffen.

Besluiten bij de Franse hervorming.

Dat de Franse omwenteling een scharnierfunctie had in onze geschiedenis staat vast. Spijtig gebeurde de verandering zo brutaal, onmenselijk, dwangmatig en vooral in de eerste jaren zo antireligieus. Code Napoleon, kadaster, openbare onderstand, bevolkingsregisters, metriek stelsel zijn verworvenheden die nu nog hun deugdelijkheid bewijzen.
Frankrijk schafte de pijnbank af op 11 oktober 1789. maar men vond de guillotine uit om hunamitaire redenen! Toen de Oostenrijkers, in 1792 verdreven, toch nog even terugkwamen, werd de tortuur nog eens afgeschaft. Definitief? Het volk schijnt van tortuur en terechtstelling te houden; dat blijkt uit de massale belangstelling bij openbare terechtstellingen.


( terug naar hoofdpagina)