Einde ancien regime en nieuw bestuur

Adel en geestelijkheid hadden drie vierden van de gronden in bezit, ze betaalden echter minder belastingen dan boeren en burgers samen. De misnoegdheid van het volk groeide. Uitgehongerde boeren bestormden kastelen nadat de gevangenis van Parijs bestormd werd.
De koning werd in 1793 onthoofd eveneens werden twee bisschoppen en 115 priesters terechtgesteld; kerkschatten werden geroofd. Frankrijk werd een republiek die gans Europa onder de voet wilde lopen. De Luikse revolutie sloot volledig bij de Franse revolutie aan.
Het prinsbisdom Luik dat eeuwenlang een apart bestuur had, afhankelijk van het Roomse rijk, bleef een redelijke autonomie bewaren.

Hier ook waren belastingen, prijsverhogingen, achteruitgang van handel en landbouw de oorzaken van de Luikse revolutie in augustus 1789.Op het platteland dat zozeer van de tiendheffers te lijden had, werd de revolutie eerst met vreugde begroet. Zoals we reeds beschreven roerde er overal wat. Val en andere dorpen durfden stoute taal spreken en stelden supplieken op en in Meer werd Dame de Méan bedreigd door oproerige Merenaren.

 

het zal niet blijven duren.jpg

Hier ook waren belastingen, prijsverhogingen, achteruitgang van handel en landbouw de oorzaken van de Luikse revolutie in augustus 1789.
Op het platteland dat zozeer van de tiendheffers te lijden had, werd de revolutie eerst met vreugde begroet. Zoals we reeds beschreven roerde er overal wat. Val en andere dorpen durfden stoute taal spreken en stelden supplieken op en in Meer werd Dame de Méan bedreigd door oproerige Merenaren.
Toen op 26 juni 1794 de Franse troepen definitief de keizerlijke troepen versloegen legden ze de hand op de Nederlanden en het prinsbisdom Luik. Op 3 november capituleerde ook Maastricht.
Dit was het einde van het Ancien Regime. Twintig jaar zouden onze gewesten deel uitmaken van de grote Franse natie.

 

Een nieuw bestuur.
Nu stond het Directoire voor een grote uitdaging. De geannexeerde gebieden moesten bekwame republikeinsgezinde medewerkers in onze dorpen krijgen. Publicatie van onpopulaire wetten inzake godsdienst en legerdienst, verplichte eed van haat aan het koningdom waren o.m. oorzaak van de argwaan van de plattelandsbevolking.

Meer dan de helft van de agenten en adjuncten die men op 13 januari 1796 in het kanton Millen, waartoe ook Val-Meer behoorde, dat vanaf 1795 een zelfstandige gemeente vormde, benoemde waren tijdens het Ancien Regime griffier, schout, schepen of burgemeester geweest. Velen weigerden hun functie. Al wie 21 was, ingeschreven was in het registre civique, belasting betaalde, minstens een jaar woonachtig was op het grondgebied werd als burger beschouwd. Elke gemeente werd vertegenwoordigd door een agent en een adjunct. Aan het hoofd van een kanton stond een president. In Val-Meer was Paul Keulen agent van januari 1796 tot maart 1797. Hij was oud-griffier van Val en landbouwer; hij wordt op de lijsten van de 600 meest belastingbetalende burgers van het departement vermeld in 1803 en 1805.

Scannen0003.jpg

Paul Castermans was agent van maart 1797 tot maart 1798. Hij zag het levenslicht te Val op 1 augustus 1762 en was landbouwerherbergier van beroep.
Pierre Nelissen, die wij later nog als sleutelfiguur zullen beschrijven, was agent van maart 1798 tot augustus 1798. Jan Engels was agent van augustus 1798 tot mei 1800. Hij werd op 22 juli 1763 geboren te Val-Meer en was landbouwer. Als adjuncten had men Mathieu Vandenbosch, geboren te Val-Meer op 11 maart 1754, was landbouwer en had 3 knechten in dienst; was oud-burgemeester van Val in 1795 en schepen in Zichen-Zussen en Meer-Bolder in 1795. Hij wordt in 1803 en 1811 onder de 600 hoogstaangeslagenen gerekend.
Jozef Savenay, geboren te Val-Meer op 22 juni 1762 was herbergier en werd de laatste koster van Meer tot 1824. Hij was municipaal adjunct van P. Castermans en P. Nelissen. Bij een zuiveringsactie van de commissaris werd Jozef Savenay betrapt. Hij gaf toe dat hij aan het hoofd stond van de rozenkransbidders die in `t geheim samenkwamen in de kerk van Zichen. Hij werd afgezet.
Hij werd opgevolgd door Raets (geen voornaam vermeld), die nooit een vergadering bijwoonde.
In 1798 werd de la Brassinne van Herderen als president van het kanton Millen vervangen door Pierre Nelissen van Val-Meer.
Pierre Nelissen werd geboren te Val-Meer op 9 april 1770 uit een landbouwersgezin. Op 20 jarige leeftijd trad hij in het Augustijnerklooster te Maastricht, waar hij in 1793 priester werd gewijd. Na de opheffing van de kloosterorden in 1796, zegde hij het monachale leven vaarwel en keerde terug naar zijn geboortedorp, waar hij bij zijn vader introk.
Op 1 december 1799 trad hij in het huwelijk met Marie Marguerite Hermans van Emaal. Het feit dat Nelissen een ex-monnik was kwam zijn populariteit niet ten goede; maar bij de overheid stond hij op een goed blaadje.
Toch werd hij als kantonpresident vervangen door timmerman Pierre Moser van Herderen, die vóór de afschaffing van de kloosters knecht was bij de Dominicanen te Tongeren. Tijdens de Napoleontische periode kwam Pierre Nelissen terug als maire van Val-Meer in 1800. Weer had hij moeilijkheden.
Op 25 september 1802 hadden gendarmes twee Bataafse soldaten te Val-Meer aangehouden, die in het kanton Millen rekruten ronselden voor Holland.
Op het ogenblik van hun aanhouding bevonden zich 17 dorpsgenoten in een herberg te Val-Meer.
Deze herberg was het trefpunt van deze soldaten.
Maire Beauregard van Millen had de overheid op de hoogte gebracht van het plichtsverzuim van Nelissen. Nelissen bleef maire tot 1813, toen werd zijn mandaat niet verlengd. De inwoners stelden een "proprietaire solide et possessionne" voor in de persoon van eigenaar Rene Vandenbosch. Paul Castermans werd zijn adjunct.

(terug naar hoofdpagina)