Het testament van Mathieu Vandenbosch

Jozef Kerkhofs


In 1733 trouwt te Val-Meer de heer Lambert Vandenbosch met Catherina Box. Lambert, geboren op 10 februari 1711 te Fall, hij is de zoon van Lambert Vandenbosch en van Elisabeth Philips ( alias Steynen ). Catherina Box , geboren op 11 mei 1710 te Mheer, is de dochter van Nicolas Box en Cornelia Raedts. Bij het huwelijk van Lambert en Catherina meldt de pastoor dat zij familie zijn in de vierde graad; op 13 december 1733 wordt het huwelijk overgedaan omdat man en vrouw familie zijn in de derde graad zodat dispensatie moest verleend worden om te mogen trouwen.

Het gezin Vandenbosch-Box woont in het midden van de 18 e eeuw in de Rechtstraat, in Val-Meer gekend als “ bij de scheper “. Lambert was schaapherder, vandaar waarschijnlijk bij de scheper, daarbij bekleedde hij ook verschillende officiële functies in Val-Meer en was schepen van de heerlijkheden Meer-Bolder, Herderen en Riemst.

Zijn lijk werd in de kerk van Val begraven. Lambert en Catherina zorgen voor 10 kinderen waaronder Mathieu Joseph, geboren op 11 maart 1751 te Fall, peter is Matheus Box en meter Marie Raets.
De jongste zoon, Nicolas ( ° 1755 ), van het gezin zorgt voor het nageslacht Vandenbosch in Val-Meer.
Mathieu Joseph Vandenbosch trouwt op 23 jarige leeftijd op 24 juli 1774 te Val-Meer met de 52 jarige Ida Raedts, de pastoor schrijft dat ze familie zijn in de derde graad, Ida is een nicht van Catherina Box. Wat bezielde een jonge man van goede afkomst te trouwen met een weduwe van 52 jaar? Ida wordt geboren op 2 december 1721 als dochter van Willem Raedts en Eve Daenen. Op 14 augustus 1761 trouwt de 39 jarige Ida met Paul Vrindts, ze krijgen twee dochters: Marie Gertrude en Eva.

Bij de bevolkingstelling gedurende de Franse Revolutie in 1796 wonen Mathieu Vandenbosch en Ida Raedts in Fall in de Grotestraat nr 2, nu gekend als hoeve Hamers. Eveneens wonen er hun 3 bedienden: Catherina Krous , Marie Roslamps en Leonard Daenen.
Mathieu, een man van goede afkomst, koopt tijdens de Franse Revolutie veel land uit kerkelijk goed en dit op het ogenblik dat de kerk verbiedt zulke goederen te kopen.

Op 30 januari 1817 dicteert hij zijn testament voor notaris Baltus in Kanne en na meerdere bijzondere erfgiften duidt hij als universele begiftigden aan: de armen van het dorp Fall, afhangende van de gemeente Fall en Mheer. Mathieu overlijdt als rentenier op 30 mei 1817 in de Kleinstraat. Zijn geburen Pierre Cauffman ( Herbergier, 42 jaar ) en Angel Raedts (landbouwer, 38 jaar ) doen de aangifte van het overlijden. Dit betekent dat Mathieu aan de ingang van de Kleinstraat woonde komende van de Bampstraat.

De universele gift had betrekking op 34 stukken land ( waaronder een grote weide tegenover de vroegere meisjesschool in Meer, nu St-Antoniusstraat ) en op 13 renten, samen 47 posten. Doch tussen de goederen bestemd voor de armen was een gedeelte verworven tijdens het huwelijk van de schenker met Ida Raedts, wed met kinderen zodat die goederen in onverdeeldheid voor de helft toebehoorden aan de armen en voor de andere helft aan de afstammelingen van Ida Raedts. Voor bepaalde goederen verworven tijdens het huwelijk werd 20% betaald tijdens het huwelijk en 80% voldaan door Mathieu na de dood van zijn echtgenote met als gevolg dat de erfgenamen van Ida de helft van de 80% moesten terugbetalen aan de armen vooraleer tot de verdeling te kunnen overgaan. Andere goederen die gekocht werden tijdens het huwelijk, waren belast met een rente die gedeeltelijk werd afgekocht door Mathieu nadat hij weduwenaar was zodat de erfgenamen van Ida de helft van de sommen betaald na de dood moesten verrekenen met de armen ( en dat geld was er niet ).
Beide partijen ( erfgenamen en armen ) hadden samen een voorstel van verdeling in der minne uitgewerkt voor een gedeelte van de goederen in onverdeeldheid en regeling voor andere goederen, alsmede een schuldvereffening van sommige aanspraken en wedereisen. Dat plan werd door de bestuurders van het bureau van weldadigheid voorgelegd aan zijne Majesteit de Koning Willem die zich verwaardigde het te bekrachtigen bij besluit gegeven te Amsterdam op 20 juli 1821. En om de overeenkomsten rechtsgeldig te maken, hebben de partijen op 28 augustus 1821 notaris Baltus te Kanne verzocht een wettelijk kontrakt op te maken.

Daartoe verschenen enerzijds:
• Herman Joseph Neven bedienaar van de kerk in Fall
• Renier Vandenbosch scout van de gemeente Fall en Mheer
• Louis Stevens rentenier te Fall et Mheer
• Jacques Weustenraad ontvanger te Bolder
• Philippe Bouveroux landbouwer te Fall et Mheer
Allen handelend in hoedanigheid van bestuurders van het bureau van weldadigheid van genoemde gemeente

Anderzijds:
• Mathieu Boelen, eigenaar te Amelsdorp, weduwenaar van Marie Gertrude Vrindts en handelend als gevolgmachtigde van zijn meerderjarige kinderen en als voogd van zijn jongste minderjarig kind.

De verdeling van de goederen volgt in een akte van 38 bladzijde waarin rechten en plichten uit elkaar worden gerafeld in 3 onderscheiden delingen, zodat de armen op de duur hun goederen ontvangen voor vrij, zuiver en onbelast. Zij moeten enkel 200 missen laten doen voor de erflater binnen de 2 jaar na overlijden en een jaarlijkse rente betalen aan de voorzanger van de kerk ten bedrage van 15 franken 40 centiemen of 13 Luikse gulden om voor te gaan in het bidden van de rozenkrans en dit elke dag van de 1e november tot de 24e juni van elk jaar.