
De overdracht
Leo Jacobs
.
-
Mijn oom.
Jozef Jacobs, mijn peetoom, werd geboren te Val-Meer op 10 maart 1923 als jongste kind van Mathijs Jacobs en Catherina Collas. Hij had 2 oudere broers, Mathieu en Leo, en een oudere zus, Lea. Het verschil in ouderdom met Mathieu, mijn vader, was 9 jaar. Jozef groeide op bij zijn ouders in de Rechtstraat waar hij tot 10 mei 1940 een zorgeloze tijd had doorgebracht. WOII bracht voor hem een donkere tijd waarvan de periode 1944- 45 een verschikking was, gelukkig kon hij bij de bevrijding in 11 april 1945 het licht nog zien.
Na zijn herstelperiode vond hij de liefde bij Agnes Thijssen, van geboorte van Vlijtingen, met wie hij in 1952 in het huwelijksbootje stapte; het gezin werd gezegend met 3 kinderen: Viviane, Patrick en Stefan. Ze vestigden zich in Tongeren.

2. Het verhaal.
Ik ( Leo ) ben van jongs af aan mateloos geboeid geweest door oorlogsverhalen of boeken die echt gebeurde feiten beschreven uit een ver of recent verleden. In 2008 gebeurde er evenwel iets dat ik nooit zal vergeten. Hoe oud ik ook mag worden, dit voorval staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Dat jaar werd mijn neef Patrick, oudste zoon van mijn peetoom, 50 jaar met een feest voor familie en vrienden als kers op de taart.
Alvorens hierover uit te wijden, moet u weten dat mijn peetoom, samen met enkele dorpsgenoten, in januari 1944 door de Duitsers in de wapenfabriek F.N. in Herstal bij Luik werd aangehouden. Waarschijnlijk verklikt als lid van de "Witte Brigade" en verdacht van wapensabotage, werd hij als politieke gevangene door de Gestapo opgepakt en afgevoerd.
Het gezin Jacobs – Collas ( foto P. Jacobs ).
Via enkele Belgische doorgangskampen, met name Hasselt, Leopoldsburg en Breendonk, werd hij op transport gezet naar concentratiekampen Buchenwald en Mittelbau-Dora.
Van hetgeen vooraf gaat, was ik min of meer op de hoogte, alhoewel...
In mijn jeugdjaren, maar ook nadien, werd hierover thuis door mijn ouders of bij mijn grootouders niet gesproken. Ook niet door andere familieleden. Dit onderwerp was taboe. Er heerste een zekere schroom en zulke verschrikkelijke dingen werden liever dood gezwegen. Tja,...het waren andere tijden.
Terug nu naar het feest van mijn neef, die in 2008 Abraham zag.
Mijn echtgenote, kinderen en ik, samen met andere familieleden, zaten die avond aan tafel met mijn nonkel en diens echtgenote, waarbij ik vlak naast hem zat.
Na verloop van tijd maar totaal onverwacht en zonder enige aanleiding, heeft hij mij dan het verhaal van zijn oorlogsverleden toevertrouwd.
De ontberingen en beproevingen.
De vernederingen, beschimpingen en slagen, tot hondenbeten toe, waarvan zijn onderbenen nog steeds de sporen droegen, getekend door littekens.
De ergste gruwel ongetwijfeld achterwege latend. Ook hoe hij erin geslaagd was als bij wonder de executies na de dodenmars te overleven en op de vlucht te slaan.
Ik vraag mij nu nog regelmatig af wat hem toen heeft aangezet mij dit te vertellen.
Ik heb het immers nooit aangedurfd hem hierover aan te spreken. Het kwam gewoon niet bij mij op. Voelde hij mijn interesse en nieuwsgierigheid aan? Of had hij in 2008 gewoon behoefte om op dat moment hetgeen hij meegemaakt had -in wat achteraf gebleken zijn laatste levensjaar zou worden - alsnog aan zijn petekind toe te vertrouwen?
Hoe dan ook, ik was sprakeloos en gebiologeerd door hetgeen hij mij zei. Tevens ook dankbaar dat hij dit deed. Ik was zodanig gefascineerd dat ik mij toen heb voorgenomen om, wanneer dan ook, zijn verhaal neer te schrijven en het zeker niet verloren te laten gaan.
Waarom dan zo lang gewacht?
Eerlijk gezegd weet ik het niet. In 2008 was ik 57 jaar, maar nog druk aan het werk. Geen tijd, met andere dingen bezig, andere interesses.....
Kortom, het is er eerder nooit van gekomen.
Nu, 74 jaar "jong", met zeeën van tijd en met het ouder worden ook een andere kijk op het leven gekregen, is het hoog tijd geworden om, exact 80 jaar na nonkels' bevrijding, de draad terug op te nemen. Bovendien laat mijn geheugen het nu nog toe.
Het doet mij denken aan volgend gezegde :" Als jongere kijk je uit naar wat komt. Als oudere kijk je terug op wat is geweest’
Van mijn neef Patrick, die jaren geleden de kampen heeft bezocht waar zijn vader opgesloten zat, heb ik bijkomende informatie gekregen. Door hierover veel te lezen en na heel wat opzoekwerk kreeg ik een nog beter beeld.
Het zijn geen teksten waar je vrolijk van wordt. Het is veeleer de rauwe, harde, niets of niemand ontziende realiteit van de oorlog.
Onverbloemd, choquerend,
maar helaas.... de waarheid.
Het uiteindelijk doel is hiermee een eerbetoon aan mijn oom te brengen en bij uitbreiding aan
alle andere lotgenoten die soortgelijke gruwel hebben ondergaan en het al dan niet hebben overleefd. Moge het tevens een aansporing zijn voor de jongeren onder ons alsook voor toekomstige generaties om hier even bij stil te staan, opdat nooit vergeten wordt wat zich toen heeft afgespeeld.
3. Mittelbau-Dora.
Vooreerst een beetje informatie over Mittelbau-Dora.
Mittelbau-Dora, soms ook wel concentratiekamp Mittelbau genoemd, was een naziconcentratiekamp dat in augustus 1943 in gebruik werd genomen nabij Nordhausen, ten zuiden van het Harz-gebergte. Aanvankelijk was LagerDora een
Außenlager ( buitenkamp ) van Buchenwald, maar in de zomer van 1944 werd Mittelbau-Dora een onafhankelijk concentratiekamp met circa veertig Außenlager. Doel van het kamp was om de Duitse oorlogsindustrie te ondersteunen door gevangenen als arbeidskrachten in te zetten bij de productie van vergeldingswapens, de fameuze vliegende bommen, V1's en V2's.,
als het ultieme wapen van Hitler om de dreigende ondergang van het 1000- jarige rijk alsnog af te wenden.
De aanleiding voor de bouw van dit concentratiekamp, was het bombardement op Peenemünde in de nacht van 17 op 18 augustus 1943, waarbij het proefstation voor de ontwikkeling van raketwapens werd getroffen. Hierop werd besloten de productie van raketten te verplaatsen naar ondergrondse fabrieken, met name in de bergen van Kohnstein nabij Nordhausen, in het aldaar gelegen mijngangencomplex.
Aanvankelijk mochten de gevangenen de mijn niet verlaten. Zij moesten stenen kappen en op klaarstaande treinwagens laden, mijngangen vergroten en verbouwen tot een rakettenfabriek. Dit alles in mensonwaardige omstandigheden. Heel wat dwangarbeiders door de SS gedeporteerd, afkomstig uit diverse door Duitsers bezette landen, werden dag en nacht in de mijngangen opgesloten. Velen van hen stierven dan ook reeds na enkele weken van ontbering.
In het voorjaar van 1944 werd een bovengronds barakkenkamp gebouwd. De gevangenen van het kamp waren vooral mannen, maar er bestond ook een kleine groep gevangen vrouwen, die niet minder wreed behandeld werden.
Zo gebeurde het al te vaak dat cynische, sadistische S.S.'-rs er een duivels genoegen in schiepen de gevangenen richting barakken te laten afmarcheren ( eerder strompelen!) te midden van mooi verzorgde bloementuintjes met spelende, lachende kinderen.
De volwassenen, vrouwen, invalide mannen en ouderen, (alle andere mannen, ook jongelingen, vochten aan het front) weigerden, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, doelbewust te kijken naar die zielige troep "paria's" in haveloze plunje, besmeurd en bevuild.
Zij keken bewust de andere kant op.
Eens de nederlaag van Duitsland een vaststaand feit geworden, zouden zij en zovele anderen zeggen "Wir haben es nicht gewußt!"
Op het (geschatte) totaal van 60.000 gevangenen in Mittelbau-Dora werden er 12.000 doden geteld door de nazi's, maar het werkelijke aantal slachtoffers wordt op ten minste 20.000 geschat. Daarbij worden ook de luchtaanvallen en de dodenmarsen bij de evacuatie van het kamp in 1945 geteld. Onder de Dora-gevangenen waren meer dan 2.600 Belgen, van wie 1.200 à 1.400 het niet hebben overleefd.
Mijn oom was één van de gelukkigen!

4. Drie gedichten
Ik heb zijn aanhouding, deportatie, gevangenschap en bevrijding samengebundeld in 3 gedichten met als titels: Stille Tranen – Slachtvee – Ontsnapt.
Dit is geen fictie, maar gebaseerd op echt gebeurde feiten zoals mijn nonkel mij die in 2008 heeft toevertrouwd.
Stille Tranen
Naïef en overmoedig ?
Misleid of verraden ?
Nog veel te jong en onervaren, maar toch vastberaden in hun daden.
Abrupt een halt toegeroepen.
Door de Gestapo opgepakt en met velen afgevoerd naar Duitse concentratiekampen.
In beestenwagons gestopt op weg naar hun beulen.
Zovelen onder hen met magere Hein als reisgezel.
Want oorlog bepaalt niet wie gelijk heeft, alleen wie overblijft.
Jozef Jacobs in gevangenisplunje in gezelschap van een jonge dame ( foto P.

Gedachtenisprentje ( P. Jacobs )
Jozef overleed op 7 april 2008, Agnes op 17 februari 2015.
Bronnen:
-
Mondelinge info van J. Jacobs.
-
Overlijdensberichten en bevolkingsregister.
-
Wikipedia.
Niets is wat het lijkt en alle eer en glorie zijn maar schijn.
De waanzin van oorlog is jezelf verliezen in een gevecht zonder winnaars.
Je vindt geen woorden om te spreken.
Je hult jezelf in stilte en je voelt alleen maar verdriet om hen die er niet zijn, veilig verborgen in het beschermend cocon van je eigen ik.
Dood gewaand, de hel overleven, bevrijd worden, thuis komen, alle doorstane ellende van je lijf schrapen en uit je geest bannen.
Opnieuw leren leven, gelukkig worden, liefhebben en trachten niet te haten.
En als het donker wordt in stille tranen je angsten en demonen overwinnen.
En ja.... tijd heelt zo niet alle, dan toch de meeste wonden.
Maar de littekens die op je ziel gekrast werden, die blijven.....een leven lang.
Slachtvee
Grote, uitgeholde ogen kijken zonder te zien als doffe, gebroken spiegels van de ziel.
Uitgedoofde sterren zonder enige glans.
Alle tranen opgedroogd
Wachten op het einde
Welkom dood.
Kapot gebeten benen.
Etterende, open wonden
Blaffende Duitse herdershonden
Lachende, minachtende Übermenschen
Zielige, nietige Untermenschen
Kanonnen niet ver...
Angstige kampbewakers.
Vluchtende nazi’s als opgejaagd wild
Dan toch nog hoop?
Maar beulen kennen geen genade.
Door stampende laarzen haastig naar de slachtbank geleid.
Bijeengedreven als een kudde weerloze schapen in gestreepte pyjama’s.
Jammeren, smeken, schreeuwen, de dood omarmen en ... bidden
Neergemaaid als beesten.
Kermen, kreunen, sterven
"Nacht und Nebel" in een oorverdovende stilte.
Maar... kijk, kijk dan toch!
Open jullie dode ogen.
Zien jullie hem ook?
Die sierlijke, zorgeloze vlinder
Hij spreidt zijn vleugels op weg naar de stralende warmte van de zon
Ontsnapt
Nog rokende machinegeweren na uitgespuwd vuur.
Dode kameraden.
Doorzeefd mensenvlees.
Verscholen onder het lichaam van een gevallen vriend.
Schijnbaar dood maar nog in leven.
Als bij wonder gespaard onder de kogelregen.
Dagen op de dool in Duitse bossen.
Uitgeput, ondervoed, mentaal gebroken.
Door een onzichtbare hand geleid en in de armen van oprukkende G.l.’s gelopen.
Nog amper 50 kilo, vel over been.
In mijn gestreept zebrapak thuis gebracht, feestelijk onthaald door blije dorpsgenoten.
Eindelijk herenigd met ouders, broers en zus.
Van vaders omhelzing naar moeders troostende armen.
Heel veel tranen van geluk.
lk omarm het leven.
En dan de talloze vragen.
Maar ik vind geen woorden om de gruwel te beschrijven.
lk kan het niet.
Hij zit weggestopt diep in mij, als een slapend monster dat ik niet wil wakker maken.
Nu nog niet.
Misschien later.
Misschien wel nooit!
5.Tot slot.
Ik herinner mij mijn peetoom, ondanks alle doorstane ellende, als een positief ingesteld iemand, met een bijzonder gulle en aanstekelijke lach en bijhorende kwinkslag. Het leek alsof hij die verloren tijd wou inhalen door heel intens te leven en dubbel te genieten van wat het leven nog te bieden had.
Mocht hij nu nog onder ons zijn, hoe zou hij dan hierop reageren?
Ik vraag het me af.
Misschien door een instemmend schouderklopje te geven en te zeggen "goed jong,"
"zo is het echt geweest",
of had hij het liever stil gehouden?
Ik hoop het eerste.
Slechts heel weinig mensen werden door mijn oom in vertrouwen genomen en
wisten of weten wat zich toen echt heeft afgespeeld. Ik voel mij vereerd één van hen te mogen zijn.
