RENE KELLENS
Jos Leben

Documentation Centre and Archive - Buchenwald.
Als de namen van de gedeporteerde Val-Meerse weerstanders, opgepakt op 13 januari 1944 in de F.N. te Herstal, vernoemd worden dan wordt Rene Kellens in een adem genoemd met de geboren en getogen Val-Merenaren Jozef Jacobs en Pierre Wouters. Aan Jozef en Pierre werden reeds enige artikels gewijd maar wie was Rene Kellens ?
Rene werd geboren te Sluizen als zoon van Lambert en Margarita Vandenberg.
De familie Vandenbergh ( met h ) vinden we terug in de 18de eeuw in Millen wanneer Mathieu Vandenbergh in huwelijk trad op 10 februari 1756 met Maria Coenegrachts.
Een kleinzoon, Christiaan, huwde op 2 november 1843 te Millen met Anna Christina Bebelmans van Val-Meer. Het koppel nam zijn intrek in de woning van Christina’s moeder links van de kerk in Val waar ze een herberg uitbaatten. Eind 1860 werd de herberg te koop gezet en het gezin verhuisde naar Millen, het geboortedorp van Christiaan.
Op 4 april 1895 werd Margarita Joanne te Millen geboren, haar moeder Elisabeth Heynen huwde op 17 juli 1897 met Christiaan Vandenberg, zoon van Christiaan en Anna Christina Bebelmans. De vader van Elisabeth, Willem en afkomstig van Z-Z-Bolder, had zijn toestemming in dit huwelijk niet gegeven, waren er reeds eerder problemen geweest? Christiaan herkende Margarita Joanne als zijn dochter en een tijdje later kwam nog een 2de dochter die de naam Christina meekreeg.
Margarita huwde op 17 januari 1917 met Karel Hubert Raskin van ’s Herenelderen die op 30 oktober 1918 overleed, zij was zwanger van hun 2de kind.
De familie Kellens vinden we in de 18de eeuw terug in Hasselt. Op 7 juni 1787 huwde Jordan Kellens ( gedoopt in 1760 in Hasselt ) met Marie Françoise Plee(z). Hun kleinzoon Lambert huwde op 23 april 1857 te Hasselt met Catherina Huvers van Kuringen en daar werd hun zoon Lambert Louis op 2 augustus 1864 geboren. Zowel Lambert als zijn vader hadden schoenmaker als beroep. Lambert Louis, handwerker van beroep en woonachtig in Berg ( Tongeren ) huwde in 1896 met Marie Elisabeth Bosch van Berg, dochter van Franciscus en Anna Jans. Op 23 december 1896 werd hun 1ste kind geboren, Lambert. M. E. Bosch overleed op 1 juni 1899 en Lambert Louis bleef achter met 2 kleine kinderen. Hij hertrouwde te Nerem in 1909 met Marie Diriken, er kwamen nog 4 kinderen.
Lambert Kellens ( ° 1896 ) huwde in 1921 te Nerem met Margarita Vandenberg. Te Sluizen werd op 26 februari 1922 Rene geboren, naderhand volgde er nog 3 kinderen, geboren te Millen.
Begin 1939 verhuisde het gezin van Millen naar de Kleinstraat in Val-Meer, hetzelfde jaar verloren ze hun jongste dochter van 8 jaar. Op 13 januari 1944 woonde het gezin nog in Val-Meer en dat zal de reden zijn waarom Rene in een adem genoemd wordt met Jozef en Pierre. Pierre woonde trouwens ook in de Kleinstraat en had ook 1922 als geboortejaar. Enkele maanden na zijn aanhouding verhuisde het gezin Kellens – Vandenberg naar Houtain-St-Simeon.
Na 4 maanden gevangenschap in België werd Rene getransporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald waar hij volgens zijn steekkaart op 23 mei 1944 opgenomen werd en het nummer 54100 droeg. Rene heeft ook een steekkaart van Mittelbau-Dora. Het doel van dit concentratiekamp was om de Duitse oorlogsindustrie te ondersteunen door gevangenen, waaronder dus Rene, als arbeidskrachten in te zetten bij de productie vanV1’s en V2’s. Onder de Dora-gevangen waren meer dan 2600 Belgen, van wie 1200 à 1400 het niet hebben overleefd. Meer over Mittelbau-Dora vinden we in het artikel “ De overdracht “ van L. Jacobs.

Documentation Centre and Archive - Buchenwald.
Buchenwald werd bevrijd op 11 april 1945, het einde van 15 maanden hel op aarde. Het Belang van Limburg vermeldde op 3 mei 1945 dat de eerste 50 gevangenen uit Buchenwald te Brussel waren toegekomen, eindelijk terug thuis.
Rene vond de liefde in Houtain-St-Simeon en huwde eind 1946 met Fernande Hardy. Begin jaren 1950 woonde het gezin een tijdje in de Trinellestraat in Millen maar ze vestigde zich definitief in Houtain-St-Simeon. Rene overleed in 1985, slechts 63 jaar.
Zoals vele lotgenoten stond Rene niet te springen om over zijn gevangenistijd te vertellen, hij wilde het zo snel mogelijk vergeten. Maar jaren later bezorgde de gruweldaden die hij had meegemaakt hem nog nachtmerries. Bij zijn terugkeer woog hij nog 38 kg. Buiten de honger moet hij als 22-tig jarige elke dag wakker geworden zijn met de gedachten of hij het einde van die dag zou halen.
In Het Belang van Limburg vinden we in april en mei 1945 meerdere artikels aangaande de gruweldaden die in Buchenwald plaats gevonden hadden en waarvan Rene getuigen is geweest. We nemen enkele beschrijvingen over:
In het kamp van Buchenwald werden door de Amerikanen 21000 gevangen aangetroffen, terwijl er in normalen tijd 80000 vertoefden. Het aantal sterfgevallen in dit kamp bedroeg, volgens de registers, die door de SS-bewakers werden bijgehouden, 6400 in Januari, 5500 in Februari, even zooveel in Maart en 950 tijdens de eerste dagen van April. Gemiddeld dus ongeveer 200 dooden per dag.
De gevangenen woonden in barakken van 35m lang en 9m breed, dus een normaal verblijf voor een zeventigtal personen. In deze barak zaten 1043 gevangen bijeengedrongen. In rijen van vier boven elkaar waren houten britsen aangebracht waarop enkele honderden uitgeleefde mannen opeengehoopt lagen. Ze konden niet spreken zoo uitgeput waren ze. Ze waren echte geraamte, juist vel over de beenderen. Ze vergingen van het ongedierte. De meesten leden aan buikloop en tering. Ze kregen zoo weinig voedsel, dat ze, bij het overlijden van een hunner, het lijk lieten liggen, om het ratsoen soep van den doode onder elkaar te kunnen verdeelen. Een getuigen vertelde dat ze om 4u30 moesten opstaan, 300gr brood ontvingen voor de ganse dag en dat er ’s avonds soep met raapkolen of wortelen uitgedeeld werd ( HLN ).
Een getuigenis: Het meerendeel van onze lotgenooten was zoo zwak en uitgeput dat velen onder onze oogen neervielen zonder nog te kunnen opstaan. Het appel ’s avonds, was een pijnlijke foltering. Soms als een gevangene ontvlucht was, moesten de andere gevangenen ’s avonds van 9 u tot middernacht in de koer van het kamp, ondanks koude of regen, blijven rechtstaan. De lijken vielen het eene na het andere neer. Toen we ons mochten slapen leggen, was de vloer overdekt met lijken.
Op 6 mei 1945 verscheen het artikel “ De mensch is een wolf voor den menschen “ :
Buchenwald! We hebben het allen ten overvloede gelezen in de dagbladen deze dagen. Hoe menschen daar gefolterd en uitgehongerd werden. En met duizenden stierven bij gebrek aan verzorging!. We hebben bij ons zelven gezegd: is dat nog menschelijk? Hoe kunnen menschen zoo met menschen handelen? Dieren werden allicht veel beter behandeld. En dat 20 eeuwen nadat Kristus is komen zeggen dat alle menschen broeders van malkander waren en kinderen die allemaal geroepen zijn om later eens tesamen gelukking te zijn.

Rene en Fernande ( foto Nathalie Kellens ).
80-tig jaar later is er niks veranderd, dagelijks vernemen we dat onschuldige mensen gewoon, zonder reden, dood geschoten worden op straat of in een of andere oorlog gedood worden.
Is een mens erger dan een wolf voor zijn medemens?
Bronnen:
-
Een Historische Schets van Val-Meer. ( J.Jackers )
-
Documentation Centre and Archive Buchenwald.
-
Het Belang van Limburg en Het Laatste Nieuws.
-
Info Lambert Kellens ( zoon ).
-
Parochiale – en gemeenteregisters ( Rijksarchief )
