top of page

Val-Meer, drie namen een kamp

JOZEF JACOBS

De overdracht

Leo  Jacobs

.

  1. Mijn oom.

Jozef Jacobs, mijn peetoom, werd geboren te Val-Meer op 10 maart 1923 als jongste kind van Mathijs Jacobs en Catherina Collas. Hij had 2 oudere broers, Mathieu en Leo, en een oudere zus, Lea. Het verschil in ouderdom met Mathieu, mijn vader, was 9 jaar. Jozef groeide op bij zijn ouders in de Rechtstraat waar hij tot 10 mei 1940 een zorgeloze tijd had doorgebracht. WOII bracht voor hem een donkere tijd waarvan de periode 1944- 45 een verschikking was, gelukkig kon hij bij de bevrijding in 11 april 1945 het licht nog zien.

 

Na zijn herstelperiode vond hij de liefde bij Agnes Thijssen, van geboorte van Vlijtingen, met wie hij in 1952 in het huwelijksbootje stapte; het gezin werd gezegend met 3 kinderen: Viviane, Patrick en Stefan. Ze vestigden zich in Tongeren.

  2. Het verhaal.

Ik ( Leo ) ben van jongs af aan mateloos geboeid geweest door oorlogsverhalen of boeken die echt gebeurde feiten beschreven uit een ver of recent verleden. In 2008 gebeurde er evenwel iets dat ik nooit zal vergeten. Hoe oud ik ook mag worden, dit voorval staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Dat jaar werd mijn neef Patrick, oudste zoon van mijn peetoom, 50 jaar met een  feest voor familie en vrienden als kers op de taart.

 

Alvorens hierover uit te wijden, moet u weten dat mijn peetoom, samen met enkele dorpsgenoten, in januari 1944 door de Duitsers in de wapenfabriek F.N. in Herstal bij Luik werd aangehouden.  Waarschijnlijk verklikt als  lid van de "Witte Brigade"  en verdacht van wapensabotage, werd hij als politieke gevangene door  de Gestapo opgepakt en afgevoerd. 

Het gezin Jacobs – Collas ( foto P. Jacobs ).

Via  enkele Belgische doorgangskampen, met name Hasselt, Leopoldsburg en Breendonk, werd hij op transport gezet naar concentratiekampen Buchenwald en Mittelbau-Dora.

 

Van hetgeen vooraf gaat, was ik min of meer op de hoogte, alhoewel...

In mijn jeugdjaren, maar ook nadien, werd hierover  thuis door mijn ouders of bij mijn grootouders niet gesproken. Ook niet door andere familieleden. Dit onderwerp was taboe. Er heerste een zekere schroom en zulke verschrikkelijke dingen werden liever dood gezwegen. Tja,...het waren andere tijden.  

Terug nu naar het feest van mijn neef, die in 2008 Abraham zag.

Mijn echtgenote, kinderen en ik, samen met andere familieleden, zaten die avond aan tafel met mijn nonkel en diens echtgenote, waarbij ik vlak naast hem zat.

Na verloop van tijd maar totaal onverwacht en zonder enige aanleiding, heeft hij mij dan het verhaal van zijn oorlogsverleden toevertrouwd.

De ontberingen en beproevingen.

De vernederingen, beschimpingen en slagen, tot  hondenbeten toe, waarvan zijn onderbenen nog  steeds de sporen droegen, getekend door littekens.

De ergste gruwel ongetwijfeld achterwege latend.  Ook hoe hij erin geslaagd was  als bij wonder de executies na de dodenmars te overleven en op de vlucht te slaan.

 

Ik vraag mij nu nog regelmatig af wat hem toen heeft aangezet mij dit te vertellen.

Ik heb het immers nooit aangedurfd hem hierover aan te spreken. Het kwam gewoon niet bij mij op. Voelde hij mijn interesse en nieuwsgierigheid aan? Of had hij in 2008 gewoon behoefte om op dat moment hetgeen hij meegemaakt had  -in wat achteraf gebleken zijn laatste levensjaar zou worden - alsnog aan zijn petekind toe te vertrouwen?

 

Hoe dan ook, ik was sprakeloos en gebiologeerd door hetgeen hij mij zei. Tevens ook dankbaar dat hij dit deed. Ik was zodanig gefascineerd dat ik mij toen heb voorgenomen om, wanneer dan ook, zijn verhaal neer te schrijven en het zeker niet verloren te laten gaan.

Waarom dan zo lang gewacht?

Eerlijk gezegd weet ik het niet. In 2008 was ik 57 jaar, maar nog druk aan het werk.  Geen tijd,  met andere dingen bezig, andere interesses.....

Kortom, het is er eerder nooit van gekomen.

Nu, 74 jaar "jong", met zeeën van tijd en met het ouder worden ook een andere kijk op het leven gekregen, is het hoog tijd geworden om, exact 80 jaar na nonkels' bevrijding,  de draad terug op te nemen. Bovendien laat mijn geheugen het nu nog toe.

Het doet mij denken aan volgend gezegde :" Als jongere kijk je uit naar wat komt. Als oudere kijk je terug op wat is geweest’

 

Van mijn neef Patrick, die jaren geleden de kampen heeft bezocht waar zijn vader opgesloten zat,  heb ik bijkomende informatie gekregen.  Door hierover veel te lezen en na heel wat opzoekwerk kreeg ik een nog beter beeld.

 

Het zijn geen teksten waar je vrolijk van wordt. Het is veeleer de rauwe, harde, niets of niemand ontziende realiteit van de oorlog.

Onverbloemd, choquerend,

maar helaas.... de waarheid.

 

Het uiteindelijk doel is hiermee een eerbetoon aan mijn oom te brengen en bij uitbreiding aan

alle andere lotgenoten die soortgelijke gruwel hebben ondergaan en het al dan niet hebben overleefd. Moge het tevens een aansporing zijn voor de jongeren onder ons alsook voor toekomstige generaties  om hier even bij stil te staan, opdat nooit  vergeten wordt wat zich toen heeft afgespeeld.

 

 3. Mittelbau-Dora.

Vooreerst een beetje informatie over Mittelbau-Dora.

Mittelbau-Dora, soms ook wel concentratiekamp Mittelbau genoemd, was een naziconcentratiekamp  dat in augustus 1943 in gebruik werd genomen nabij Nordhausen, ten zuiden van het Harz-gebergte. Aanvankelijk was LagerDora een 

Außenlager ( buitenkamp ) van Buchenwald, maar in de zomer van 1944 werd Mittelbau-Dora een onafhankelijk concentratiekamp met circa veertig Außenlager. Doel van het kamp was om de Duitse oorlogsindustrie te ondersteunen door gevangenen als arbeidskrachten in te zetten bij de productie van  vergeldingswapens, de fameuze vliegende bommen, V1's en V2's.,

als het ultieme wapen van Hitler om de dreigende ondergang van het 1000- jarige rijk alsnog af te wenden.

 

De aanleiding voor de bouw van dit concentratiekamp, was het bombardement op Peenemünde in de nacht van 17 op 18 augustus 1943, waarbij het proefstation voor de ontwikkeling van raketwapens werd getroffen. Hierop werd besloten de productie van raketten te verplaatsen naar ondergrondse fabrieken, met name  in de bergen  van Kohnstein nabij Nordhausen, in het aldaar gelegen mijngangencomplex.

 

Aanvankelijk mochten de gevangenen de mijn niet verlaten. Zij moesten  stenen kappen en op klaarstaande treinwagens laden, mijngangen vergroten en verbouwen tot een rakettenfabriek. Dit alles in mensonwaardige omstandigheden. Heel wat dwangarbeiders  door de SS gedeporteerd, afkomstig uit diverse door Duitsers bezette landen,  werden dag en nacht in de mijngangen opgesloten. Velen van hen stierven dan ook reeds na enkele weken van ontbering.

 

In het voorjaar van 1944 werd een bovengronds barakkenkamp gebouwd. De gevangenen van het kamp waren vooral mannen, maar er bestond ook een kleine groep gevangen vrouwen, die niet minder wreed behandeld werden.

 

Zo gebeurde het al te vaak dat  cynische, sadistische S.S.'-rs er een duivels genoegen in schiepen de gevangenen richting barakken te laten afmarcheren ( eerder strompelen!) te midden van mooi verzorgde bloementuintjes met spelende, lachende kinderen.

De  volwassenen, vrouwen, invalide mannen en ouderen,  (alle  andere mannen, ook jongelingen, vochten aan het front) weigerden, enkele uitzonderingen niet te na gesproken,  doelbewust te kijken naar die zielige troep "paria's" in haveloze plunje, besmeurd en bevuild.

Zij keken bewust  de andere kant op.

Eens de nederlaag van Duitsland een vaststaand feit geworden, zouden zij en zovele anderen zeggen "Wir haben es nicht gewußt!"

 

Op het (geschatte) totaal van 60.000 gevangenen in Mittelbau-Dora werden er 12.000 doden geteld door de nazi's, maar het werkelijke aantal slachtoffers wordt op ten minste 20.000 geschat. Daarbij worden ook de luchtaanvallen en de dodenmarsen bij de evacuatie van het kamp in 1945 geteld. Onder de Dora-gevangenen waren meer dan 2.600 Belgen, van wie 1.200 à 1.400 het niet hebben overleefd.

Mijn oom was één van de gelukkigen!

4. Drie gedichten

Ik heb zijn aanhouding, deportatie, gevangenschap en bevrijding samengebundeld in 3 gedichten met als titels: Stille Tranen – Slachtvee – Ontsnapt.

Dit is geen fictie, maar gebaseerd op echt gebeurde feiten zoals mijn nonkel mij die in 2008 heeft toevertrouwd.

 

Stille Tranen

Naïef en overmoedig ?

Misleid of verraden ?

Nog veel te jong en onervaren, maar toch vastberaden in hun daden.

Abrupt een halt toegeroepen.

 

Door de Gestapo opgepakt en met velen afgevoerd naar Duitse concentratiekampen.

In beestenwagons gestopt op weg naar hun beulen.

Zovelen onder hen met magere Hein als reisgezel.

Want oorlog bepaalt niet wie gelijk heeft, alleen wie overblijft.

 

Jozef Jacobs in gevangenisplunje in gezelschap van een jonge dame ( foto P.

Gedachtenisprentje ( P. Jacobs )

 

Jozef overleed op 7 april 2008, Agnes op 17 februari 2015.

 

Bronnen:

  • Mondelinge info van J. Jacobs.

  • Overlijdensberichten en bevolkingsregister.

  • Wikipedia.

Niets is wat het lijkt en alle eer en glorie zijn maar schijn.

De waanzin van oorlog is jezelf verliezen in een gevecht zonder winnaars.

 

Je vindt geen woorden om te spreken.

Je hult jezelf in stilte en je voelt alleen maar verdriet om hen die er niet zijn, veilig verborgen in het beschermend cocon van je eigen ik.

 

Dood gewaand, de hel overleven, bevrijd worden, thuis komen, alle doorstane ellende van je lijf schrapen en uit je geest bannen.

 

Opnieuw leren leven, gelukkig worden, liefhebben en trachten niet te haten.

En als het donker wordt in stille tranen je angsten en demonen overwinnen.

 

En ja.... tijd heelt zo niet alle, dan toch de meeste wonden.

Maar de littekens die op je ziel gekrast werden, die blijven.....een leven lang.

 

Slachtvee

Grote, uitgeholde ogen kijken zonder te zien als doffe, gebroken spiegels van de ziel.

Uitgedoofde sterren zonder enige glans.

 

Alle tranen opgedroogd

Wachten op het einde

Welkom dood.

 

Kapot gebeten benen.

Etterende, open wonden

Blaffende Duitse herdershonden

Lachende, minachtende Übermenschen

Zielige, nietige Untermenschen

 

Kanonnen niet ver...

Angstige kampbewakers.

Vluchtende nazi’s als opgejaagd wild

Dan toch nog hoop?

Maar beulen kennen geen genade.

 

Door stampende laarzen haastig naar de slachtbank geleid.

Bijeengedreven als een kudde weerloze schapen in gestreepte pyjama’s.

 

Jammeren, smeken, schreeuwen, de dood omarmen en ... bidden

Neergemaaid als beesten.

Kermen, kreunen, sterven

"Nacht und Nebel" in een oorverdovende stilte.

 

Maar... kijk, kijk dan toch!

Open jullie dode ogen.

Zien jullie hem ook?

Die sierlijke, zorgeloze vlinder

Hij spreidt zijn vleugels op weg naar de stralende warmte van de zon

 

Ontsnapt

Nog rokende machinegeweren na uitgespuwd vuur.

Dode kameraden.

Doorzeefd mensenvlees.

 

Verscholen onder het lichaam van een gevallen vriend.

Schijnbaar dood maar nog in leven.

Als bij wonder gespaard onder de kogelregen.

 

Dagen op de dool in Duitse bossen.

Uitgeput, ondervoed, mentaal gebroken.

Door een onzichtbare hand geleid en in de armen van oprukkende G.l.’s gelopen.

 

Nog amper 50 kilo, vel over been.

In mijn gestreept zebrapak thuis gebracht, feestelijk onthaald door blije dorpsgenoten.

 

Eindelijk herenigd met ouders, broers en zus.

Van vaders omhelzing naar moeders troostende armen.

Heel veel tranen van geluk.

lk omarm het leven.

 

En dan de talloze vragen.

Maar ik vind geen woorden om de gruwel te beschrijven.

lk kan het niet.

Hij zit weggestopt diep in mij, als een slapend monster dat ik niet wil wakker maken.

Nu nog niet.

Misschien later.

Misschien wel nooit!

 

5.Tot slot.

Ik herinner mij mijn peetoom, ondanks alle doorstane ellende, als een positief ingesteld iemand, met een bijzonder gulle en aanstekelijke lach en bijhorende kwinkslag. Het leek alsof hij die verloren tijd wou inhalen door heel intens te  leven en dubbel te genieten van wat het leven nog te bieden had.

 

Mocht hij nu nog onder ons zijn, hoe zou hij dan hierop reageren?

Ik vraag het me af.

Misschien door een instemmend schouderklopje te geven en  te zeggen "goed jong," 

"zo is het echt geweest",

of had hij het liever stil gehouden?

Ik hoop het eerste.

 

Slechts heel weinig mensen werden door mijn oom in vertrouwen genomen en

wisten of weten wat zich toen echt heeft afgespeeld. Ik voel mij vereerd één van hen te mogen zijn.

Pierre werd te Val-Meer op 29 december 1922 geboren en is na de oorlog in Rukkelingen gaan wonen. Hij was lid van de "Witte Brigade" en werd op 13 januari '44 in de F.N. door de Gestapo aangehouden.

Werd achtereenvolgens te Luik, Hasselt en Brussel zwaar op de rooster gelegd. In mei '44 werd hij per dierenwagon naar Buchenwald onder nr 54474 gedeporteerd – door politiehonden onthaald -kaalgeschoren en kreeg er het wit-blauwe overall.

Hij werd met als schamele kost een homp brood met houtvezels In verwerkt en wat watersoep, tewerkgesteld als grondtransportarbeider.

Vervolgens moest hij de 'Dodenmars", drle dagen en drie nachten aan een stuk marcheren, meemaken.

Later werd hij met 4000 makkers in dierenwagons gedreven. 

Slechts 1500 van hen overleefden deze tocht. Zelfs rioolwater kwam als drank van pas.

Hi] was ook drie dagen In Dachau. Pierre werd op 29 april '45 cm 18u door de geallieerden bevrljd. Daarna bleef hij, uitgeput als hij was, zes weken in Brusse! om ietwat op krachten te komen.

EIndelijk mocht onze dappere dorpsgenoot terug naar zijn familie en vrienden in Val-Meer.

Achteraf werd hij door de drie muziekmaatschappen die ons dorp toen rijk was vanaf de Mereberg feestelijk verwelkomd.

Pierre vertrok als flinke jonge kerel van meer dan zeventig kg naar Duitsland; bij zijn

terugkomst was hi] nog een skelet van amper 30 kg.

Slechts na twee jaar moeizaam op krukken te hebben gehompeld, kon hij normaal

stappen. Dit zljn slechts de hoofdtrekken van zijn calvarieberg.

Piere Wouters van 73 naar 30 kg.

Bron: Historische schets van Val-Meer  van Jozef Jackers

PIERRE WOUTERS

Jozef Jackers

RENE  KELLENS

Jos Leben

Documentation Centre and Archive - Buchenwald.

Als de namen van de gedeporteerde Val-Meerse weerstanders, opgepakt op 13 januari 1944 in de F.N. te Herstal, vernoemd worden dan wordt Rene Kellens in een adem genoemd met de geboren en getogen Val-Merenaren Jozef Jacobs en Pierre Wouters. Aan Jozef en Pierre werden reeds enige artikels gewijd maar wie was Rene Kellens ? 
Rene werd geboren te Sluizen als zoon van Lambert en Margarita Vandenberg. 

De familie Vandenbergh ( met h ) vinden we terug in de 18de eeuw in Millen wanneer Mathieu Vandenbergh in huwelijk trad op 10 februari 1756 met Maria Coenegrachts.  
Een kleinzoon, Christiaan, huwde op 2 november 1843 te Millen met Anna Christina Bebelmans van Val-Meer. Het koppel nam zijn intrek in de woning van Christina’s moeder links van de kerk in Val waar ze een herberg uitbaatten. Eind 1860 werd de herberg te koop gezet en het gezin verhuisde naar Millen, het geboortedorp van Christiaan. 
Op 4 april 1895 werd Margarita Joanne te Millen geboren, haar moeder Elisabeth Heynen huwde op 17 juli 1897 met Christiaan Vandenberg, zoon van Christiaan en Anna Christina Bebelmans. De vader van Elisabeth, Willem en afkomstig van Z-Z-Bolder, had zijn toestemming in dit huwelijk niet gegeven, waren er reeds eerder problemen geweest? Christiaan herkende Margarita Joanne als zijn dochter en een tijdje later kwam nog een 2de dochter die de naam Christina meekreeg.
Margarita huwde op 17 januari 1917 met Karel Hubert Raskin van ’s Herenelderen die op 30 oktober 1918 overleed, zij was zwanger van hun 2de kind. 

De familie Kellens vinden we in de 18de eeuw terug in Hasselt. Op 7 juni 1787 huwde Jordan Kellens ( gedoopt in 1760 in Hasselt ) met Marie Françoise Plee(z). Hun kleinzoon Lambert huwde op 23 april 1857 te Hasselt met Catherina Huvers van Kuringen en daar werd hun zoon Lambert Louis op 2 augustus 1864 geboren. Zowel Lambert als zijn vader hadden schoenmaker als beroep. Lambert Louis, handwerker van beroep en woonachtig in Berg ( Tongeren ) huwde in 1896 met Marie Elisabeth Bosch van Berg, dochter van Franciscus en Anna Jans. Op 23 december 1896 werd hun 1ste kind geboren, Lambert. M. E. Bosch overleed op 1 juni 1899 en Lambert Louis bleef achter met 2 kleine kinderen. Hij hertrouwde te Nerem in 1909 met Marie Diriken, er kwamen nog 4 kinderen.   

Lambert Kellens ( ° 1896 ) huwde in 1921 te Nerem met Margarita Vandenberg. Te Sluizen werd op 26 februari 1922 Rene geboren, naderhand volgde er nog 3 kinderen, geboren te Millen. 
Begin 1939 verhuisde het gezin van Millen naar de Kleinstraat in Val-Meer, hetzelfde jaar verloren ze hun jongste dochter van 8 jaar. Op 13 januari 1944 woonde het gezin nog in Val-Meer en dat zal de reden zijn waarom Rene in een adem genoemd wordt met Jozef en Pierre. Pierre woonde trouwens ook in de Kleinstraat en had ook 1922 als geboortejaar. Enkele maanden na zijn aanhouding verhuisde het gezin Kellens – Vandenberg naar Houtain-St-Simeon. 

Na 4 maanden gevangenschap in België werd Rene getransporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald waar hij volgens zijn steekkaart op 23 mei 1944 opgenomen werd en het nummer 54100 droeg. Rene heeft ook een steekkaart van Mittelbau-Dora. Het doel van dit concentratiekamp was om de Duitse oorlogsindustrie te ondersteunen door gevangenen, waaronder dus Rene, als arbeidskrachten in te zetten bij de productie vanV1’s en V2’s. Onder de Dora-gevangen waren meer dan 2600 Belgen, van wie 1200 à 1400 het niet hebben overleefd. Meer over Mittelbau-Dora vinden we in het artikel “ De overdracht “ van L. Jacobs.

 

Documentation Centre and Archive - Buchenwald.

Buchenwald werd bevrijd op 11 april 1945, het einde van 15 maanden hel op aarde. Het Belang van Limburg vermeldde op 3 mei 1945 dat de eerste 50 gevangenen uit Buchenwald te Brussel waren toegekomen, eindelijk terug thuis.

Rene vond de liefde in Houtain-St-Simeon en huwde eind 1946 met Fernande Hardy. Begin jaren 1950 woonde het gezin een tijdje in de Trinellestraat in Millen maar ze vestigde zich definitief in Houtain-St-Simeon. Rene overleed in 1985, slechts 63 jaar.

Zoals vele lotgenoten stond Rene niet te springen om over zijn gevangenistijd te vertellen, hij wilde het zo snel mogelijk vergeten. Maar jaren later bezorgde de gruweldaden die hij had meegemaakt hem nog nachtmerries. Bij zijn terugkeer woog hij nog 38 kg. Buiten de honger moet hij als 22-tig jarige elke dag wakker geworden zijn met de gedachten of hij het einde van die dag zou halen.  

 

In Het Belang van Limburg vinden we in april en mei 1945 meerdere artikels aangaande de  gruweldaden die in Buchenwald plaats gevonden hadden en waarvan Rene getuigen is geweest. We nemen enkele beschrijvingen over:

 In het kamp van Buchenwald werden door de Amerikanen 21000 gevangen aangetroffen, terwijl er in normalen tijd 80000 vertoefden. Het aantal sterfgevallen in dit kamp bedroeg, volgens de registers, die door de SS-bewakers werden bijgehouden, 6400 in Januari, 5500 in Februari, even zooveel in Maart en 950 tijdens de eerste dagen van April. Gemiddeld dus ongeveer 200 dooden per dag.

 

De gevangenen woonden in barakken van 35m lang en 9m breed, dus een normaal verblijf voor een zeventigtal personen. In deze barak zaten 1043 gevangen bijeengedrongen. In rijen van vier boven elkaar waren houten britsen aangebracht waarop enkele honderden uitgeleefde mannen opeengehoopt lagen. Ze konden niet spreken zoo uitgeput waren ze. Ze waren echte geraamte, juist vel over de beenderen. Ze vergingen van het ongedierte. De meesten leden aan buikloop en tering. Ze kregen zoo weinig voedsel, dat ze, bij het overlijden van een hunner, het lijk lieten liggen, om het ratsoen soep van den doode onder elkaar te kunnen verdeelen. Een getuigen vertelde dat ze om 4u30 moesten opstaan, 300gr brood ontvingen voor de ganse dag en dat er ’s avonds soep met raapkolen of wortelen uitgedeeld werd ( HLN ).

 

Een getuigenis: Het meerendeel van onze lotgenooten was zoo zwak en uitgeput dat velen onder onze oogen neervielen zonder nog te kunnen opstaan. Het appel ’s avonds, was een pijnlijke foltering. Soms als een gevangene ontvlucht was, moesten de andere gevangenen ’s avonds van 9 u tot middernacht in de koer van het kamp, ondanks koude of regen, blijven rechtstaan. De lijken vielen het eene na het andere neer. Toen we ons mochten slapen leggen, was de vloer overdekt met lijken.

 

Op 6 mei 1945 verscheen het artikel “ De mensch is een wolf voor den menschen “ :

Buchenwald! We hebben het allen ten overvloede gelezen in de dagbladen deze dagen. Hoe menschen daar gefolterd en uitgehongerd werden. En met duizenden stierven bij gebrek aan verzorging!. We hebben bij ons zelven gezegd: is dat nog menschelijk? Hoe kunnen menschen zoo met menschen handelen? Dieren werden allicht veel beter behandeld. En dat 20 eeuwen nadat Kristus is komen zeggen dat alle menschen broeders van malkander waren en kinderen die allemaal geroepen zijn om later eens tesamen gelukking te zijn.

Rene en Fernande ( foto Nathalie Kellens ).

80-tig jaar later is er niks veranderd, dagelijks vernemen we dat onschuldige mensen gewoon, zonder reden, dood geschoten worden op straat of in een of andere oorlog gedood worden.

Is een mens erger dan een wolf voor zijn medemens?

 

Bronnen:

  • Een Historische Schets van Val-Meer. ( J.Jackers )

  • Documentation Centre and Archive Buchenwald.

  • Het Belang van Limburg en Het Laatste Nieuws.

  • Info Lambert Kellens ( zoon ).

  • Parochiale – en gemeenteregisters ( Rijksarchief )

© Copyright Heemkundekring Falla-Meirs, 2025

bottom of page